nl
Lees meer

Vrijwilligster Lizanne Ganzevles: ‘Ruimte om gevoelens te uiten is prettig en helpt’

25 November 2016 | Burgerhulpverleners

Lizanne Ganzevles uit Harderwijk zat op een koude zaterdagmiddag gezellig te kletsen met kennissen die op bezoek waren. Ze hadden het over hun bruiloft, die Lizanne ging fotograferen. Een gezellig en vrolijk vooruitzicht. Nog geen half uur later had zij een reanimatie achter de rug van een buurtbewoner. De man stierf en de reanimatie maakte op haar meer indruk dan zij had verwacht. Lizanne vertelt haar verhaal aan Stan.

Hartslag

Toen tijdens het gezellig onderonsje mijn mobiele telefoon begon te piepen, keek ik er in eerste instantie met een verstoorde blik naar. Toen ik het toestel pakte, wist ik gelijk dat op slag alles anders was: ‘REANIMATIE OPROEP!’ Het ging om een noodsituatie aan een straat zo’n 150 meter verderop. Op slag zat mijn hartslag ver boven de honderd. ‘Nu niet meer denken, maar doen’, was mijn primaire reactie. Zonder jas rende ik naar buiten en sprintte zo snel mogelijk naar het genoemde adres. Dat dit er op die koude dag nogal vreemd uitzag, interesseert me niks. Met een bonzend hart kwam ik aan.

Wanhopig

Toen ik arriveerde, stond er al een politiewagen. Ik rende door de openstaande voordeur naar binnen en trof in de woonkamer mensen die wanhopig huilend en schreeuwend steun bij elkaar zochten. Op de grond lag een man met de ogen wijd open, Hij was zo te zien nog niet heel oud. Van zijn gelaat was iedere glinstering verdwenen en vervangen door een dof en eindeloos niets.

Overmand

Iemand gaf mond-op-mondbeademing, een agent gaf hartmassage en een andere agent sloot de AED aan. Ik kon ondersteuning bieden en dat voelde goed. De man die beademde haakte af, overmand door verdriet. Ik nam het van hem over. De agent telde met een zware stem door en door. Toen gaf hij mij het commando te beademen.

Beademen

In een reflex omvatten mijn handen het kapje op zijn gezicht. Ik haalde diep adem en blies langzaam en krachtig levenslucht naar binnen. In een ooghoek ging de borstkas op en neer. Nogmaals vulde ik zijn longen met mijn lucht. Toen ik weer opkeek, zag ik donkere kijkers staren in het oneindige niets. Op een gegeven moment hoorde ik een computerstem. De AED nam de situatie over om een analyse te maken van een hartritme. Die was er helaas niet, dus vertelde de defibrillator ons om door te gaan.

Korte vragen, korte antwoorden

Er kwam nieuwe beweging in de ruimte. Mannen kwamen met kordate passen naar ons toe. Naast me knielde iemand neer in een fluorescerend gele jas met blauwe stroken. Hij oogde zelfverzekerd en nam met enkele handelingen de situatie over. Korte vragen, korte antwoorden. Plots voelde ik me overbodig. Aarzelend trok ik me terug, na nog een laatste blik op het nietszeggende gelaat.

Slachtofferhulp

In de deuropening stond een agente met een vriendelijk gezicht. Ik verontschuldigde me haast voor mijn aanwezigheid en legde uit wat ik daar deed, dat ik geregistreerd burgerhulpverlener ben. Ze vroeg gelijk of ik slachtofferhulp nodig had. Hierop gaf ik ontkennend antwoord, ik zou echt niet weten waarom. Na het doorgeven van mijn gegevens stapte ik langs haar heen naar buiten, op weg naar frisse lucht.

Vervreemd

De weg naar huis was kort maar anders. Het was een rare gewaarwording. In de afgelopen vijf, zes minuten voelde ik me vervreemd van mijn eigen vertrouwde omgeving. Bij thuiskomst wilden de anderen natuurlijk precies weten wat er was gebeurd. Ik deed mijn verhaal, maar merkte dat ik er met mijn gedachten niet bij was. Dat gevoel werd sterker, zeker toen het gesprek van onze gasten weer over dagelijkse dingen ging.

Slapen

Die nacht sliep ik eerst relatief rustig. Om een uur of twee schrok ik echter wakker. In gedachten zag ik direct de zielloze bruine ogen van de man voor me. De film draaide opnieuw af. En nog een keer. En nog eens. Het leek of er in de stilte eindelijk ruimte was om de gebeurtenis te laten landen. Eindeloze herhalingen volgen in onrust. Uiteindelijk ging ik maar uit bed om het verhaal op te schrijven. Want van slapen kwam toch niet veel.

Praten

De dagen erop deelde ik mijn ervaring verschillende keren met anderen. Vanuit mijn werk in de psychiatrie ken ik het belang van praten over heftige gebeurtenissen. Ook belde ik met het kantoor van the CPR network. Daar kreeg ik Anthon Wolf aan de telefoon. Hij liet me mijn verhaal doen en gaf ruimte om gevoelens te uiten. Dat is prettig en helpt.

Dubbel gevoel

Via buren hoorde ik korte tijd later dat de reanimatie niet was gelukt. Dat maakte bij mij schuld- en schaamtegevoelens los. Daarnaast was er het positieve gevoel dat ik in ieder geval kon helpen. Het voelde heel dubbel en dat was niet makkelijk.

Scherpe randjes

Na enkele dagen merkte ik dat de scherpe randjes er af waren. Ik dacht er steeds minder aan en ook de nachten werden een stuk rustiger. Eén ding is mij volstrekt duidelijk geworden: een volgende keer reageer ik op precies dezelfde manier. Iedere seconde winst met reanimeren – in afwachting van de ambulance – is winst. Als het in de toekomst nodig is, hoop ik weer bij te kunnen dragen aan het redden van een mensenleven.