nl
Lees meer

Onderzoeker Robin Valkeman: ‘Verbazingwekkend dat zo veel mensen elkaar willen helpen’

20 January 2017 | Informatief

Met het onderzoek naar burgerparticipatie leverde onderzoeker Robin Valkeman in 2007 een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van georganiseerde burgerhulpverlening in Nederland. Was het een modeverschijnsel of een toekomstbestendig fenomeen met grote maatschappelijke waarde. Zij vertellen hun verhaal aan Stan.

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie stond rond 2007 ook in Den Haag op de agenda. De vraag was of dit een modeverschijnsel was of iets waarmee we in de toekomst echt wat zouden kunnen. Hoe kon er een hogere dekkingsgraad van hulpverlening gecreëerd worden buiten de ambulance om? Dat was het onderwerp van het afstudeeronderzoek voor mijn master gezondheidspsychologie aan de Universiteit van Twente. Ik voerde dit onderzoek uit bij de GHOR, de Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland.

Motivatie

Robin deed onderzoek naar de motivatie van mensen om wel of niet deel te nemen aan georganiseerde burgerhulpverlening bij hartstilstanden. En naar de mogelijkheid om hier in de toekomst vaker op terug te vallen bij andere rampen of crises.

Modeverschijnsel

Burgerparticipatie leek destijds een modeverschijnsel. De politiek riep dat mensen en bedrijven het zelf maar moesten zien op te lossen. Dat klonk natuurlijk mooi, maar vanuit de GHOR wilden we graag onderzoeken of burgerparticipatie toekomstbestendig was en daadwerkelijk een meerwaarde opleverde.

Angst

Vragen waren onder meer: is burgerhulpverlening zoals bij hartstilstanden ook breder toe te passen? En zitten burgers daar wel op te wachten? Wat zijn eigenlijk de motivaties van mensen om zich wel – of juist niet – aan te melden als burgerhulpverlener? Angst bleek een belangrijke motivatie voor mensen om zich niet aan te melden als burgerhulpverlener. In het onderzoek gaven mensen aan dat ze bang zijn dat ze niet goed genoeg kunnen reanimeren of dat ze iemand moeten reanimeren die ze kennen.

Noaberschap

In het onderzoek maakte ik onderscheid tussen rurale en stedelijke gebieden. De verwachting was dat, vanwege ‘noaberschap’, er in de rurale gebieden meer mensen bereid zouden zijn om deel te nemen aan burgerhulpverlening zoals destijds vormgegeven in the CPR network. Er bleek er geen verschil te bestaan tussen rurale en stedelijke gebieden.

Leven gered

Toen ik begon met het onderzoek, was ik nog niet bekend met the CPR network, inmiddels opgegaan in Stan The CPR Network. Ik stapte het onderzoek in met de insteek om te onderzoeken waarom mensen een reanimatiecursus volgen. Via the CPR network kreeg ik heel veel informatie, ik hoorde zelfs dat er iemand uit mijn eigen dorp dankzij supersnel reanimeren door burgerhulpverleners was gered. Die verhalen lieten mij meer en meer inzien hoe belangrijk dit is. Mijn affectie groeide.

Betrokken

Je ziet dan hoe blij mensen ermee zijn dat iemands leven wordt gered. Hoe groot de betrokkenheid dan is, zag ik ook terug in mijn onderzoek. Hoewel het geven van respons geheel vrijwillig was, was het aantal reacties ontzettend groot. Ik vond het verbazingwekkend dat zoveel mensen elkaar willen helpen. Zo leerde ik dat burgerhulpverlening mooi en heel belangrijk werk is. Het is echt leuk om te zien hoe enthousiast mensen zijn.

Fanatiek

Inmiddels heb ik mezelf ook aangemeld als burgerhulpverlener bij Stan The CPR Network. Tijdens een interview met een fanatiek werkgroeplid in Leiden moest ik bekennen dat ik niet kon reanimeren. Ik kreeg gelijk een gratis reanimatietraining, waarbij hij mij liet beloven dat ik mij zou aanmelden als burgerhulpverlener. Dat heb ik toen uiteraard gelijk gedaan.